Het is 2016, of misschien 2017. Ergens in Amsterdam staat een donkere loods. Bezorgfietsen tegen de muur. Scootertjes in de hoek. En die geur. Die zware, zoete geur van eten dat te lang in rugzakken heeft gezeten. Rugzakken die de hele nacht op de betonnen vloer lagen.

Een jongen van halverwege de twintig loopt naar binnen voor zijn proefdag. Hij had gesolliciteerd op een vacature die al gesloten was. Weken niks gehoord. En toen een belletje: we willen je toch spreken. Twintig minuten gesprek. En nu dit.

Jordi Sluiman kijkt rond in de garagebox. Dit is Thuisbezorgd. Of beter: dit is wat Thuisbezorgd op dat moment is. Houtje touwtje. Geen processen, geen systemen, geen onboardingprogramma. Zijn eerste gedachte is niet: wat is dit voor een puinhoop. Zijn eerste gedachte is vijf woorden die zijn hele toekomst bepalen.

"Hier kan ik wel wat van maken."

Het klaslokaal

Om Jordi te begrijpen, moet je terug naar het begin. Niet naar zijn carrière. Naar een klaslokaal in Amsterdam.

Hij deed MAVO. Het ging niet goed. Niet een beetje niet goed. Het ging spectaculair mis. In de derde blijven zitten. In de vierde weer. Dat betekende: van school af. Maar dat jaar werd de MAVO ook afgeschaft. Er was nog precies één kans. Twee jaar in één jaar proppen. Het laatste jaar dat het kon.

En dan haalt hij negens. Fluitend. Iedereen komt naar hem toe voor hulp.

"Als je mij vertelt dat ik iets niet kan, of niet mag doen, of niet gaat lukken, dan komt daar toch wel extra energie vrij," zegt Jordi als hij terugkijkt. "Challenge accepted, kom maar."

Die twee woorden verklaren alles wat hierna komt. Niet als slogan. Als patroon.

Terwijl zijn vrienden blowden en naar het lokale gokpaleis gingen, zat Jordi achter een computer. In Photoshop. Niet om foto's te bewerken. Om een Dragon Ball Z-website te bouwen. Die het internet nooit bereikte. Maar het proces fascineerde hem. Hoe moet je iets neerzetten? Die vraag is hij twintig jaar later nog steeds aan het beantwoorden. Alleen niet meer met websites.

De onzichtbare MBA

Op zijn zestiende begon wat je zijn echte opleiding zou kunnen noemen. Niet een universiteit. Een beursvloer.

Bij de Amsterdam RAI trok Jordi karren van twee, driehonderd kilo. Acht fusten van vijftig liter. Zes uur 's ochtends beginnen. Soms zeven dagen per week. Hard werken, fysiek, twee jaar lang.

Hij groeide door. Van karretrekker naar de catering. Van catering naar de restaurants. Op zijn tweeëntwintigste runde hij een free-flow restaurant met vierhonderd stoelen. Achttienduizend euro omzet per dag. Zonder diploma. Zonder hotelschool. Zonder enige formele opleiding in hospitality.

Maar het was niet de omzet die hem vormde. Het waren de ochtenden. Elke dag opnieuw kwam er een groep uitzendkrachten binnen die nog nooit in de horeca had gewerkt. En om twaalf uur moest het restaurant open.

"Je leerde al heel gauw tijdens een handje. Oh, ik ben Jordi. Oké top. Ik denk dat ik jou vandaag daar ga neerzetten, want ik heb je net even tien seconden in de ogen aangekeken."

Tien seconden. Eén handdruk. En hij wist waar hij je inzette. Geen assessment. Geen kennismakingsgesprek. Patroonherkenning onder druk. Een vaardigheid die hij later zou inzetten bij co-founders in plaats van bij uitzendkrachten. Ander speelveld, dezelfde intuïtie.

Hij leerde logistiek niet uit een spreadsheet maar door fusten de trappen op te sjouwen. People management niet uit een boek maar door twintig onbekenden door een avondshift te loodsen waar alles tegelijk misging.

Twee maanden Indonesië en een plafond

Jordi noemt zichzelf "eigen gerijpt". Bij de RAI leerde hij ook koffie drinken. En bier, overigens. Zijn vrouw leerde hij er ook kennen. In de zomer, als de RAI dicht was, ging hij twee maanden naar Indonesië om zijn overuren op te maken. Mensen bleven er tientallen jaren plakken. Dat was het probleem. Er was een plafond. En Jordi is niet iemand die stilstaat.

Hij probeerde personal training. CrossFit, waar hij nog steeds fan van is. Maar na de chaos van de beursvloer voelde het te statisch. Dezelfde trucjes, dezelfde dagen. Hij keek verder. Hotel. Horeca. Andere banen. En overal liep hij tegen hetzelfde aan.

"MAVO is het hoogste papiertje. Daar had je een universitaire opleiding nodig om binnen te komen."

Bij Foodora: afgewezen. Universitaire opleiding vereist. Zonder gesprek. Zonder kans.

Houtje touwtje, fantastisch

En toen kwam Thuisbezorgd. De gesloten vacature, het telefoontje, de garagebox. Tweeduizend euro bruto. Je eigen telefoon meenemen, je eigen laptop. Geen kantoor. Zijn onboarding bestond uit een appje de avond ervoor: "Neem je zwembroek mee." Volgende dag, na de lunch, iedereen het strand op in Scheveningen.

Dat is de cultuur die Jordi vond. Rauw. Direct. Geen HR-handleiding. En binnen die cultuur bloeide hij op.

Na een paar maanden vroeg zijn manager of hij internationaal wilde. Eerst Oostenrijk. Dan Polen, waar niemand Engels sprak en HR mee moest om te vertalen. En toen de grote opdracht: Zwitserland lanceren.

"Lonen in Zwitserland? Holy shit, wat is dit nou weer? Vijftig of zeventig euro per uur voor een koerier."

Niemand wist dat fietsen aan de Zwitserse grens werden tegengehouden. Er was nog geen entiteit. De oplossing? Het bedrijf van de broer van de salesgast op de papieren zetten. Belastingformulieren die niemand begreep. Houtje touwtje, fantastisch.

In totaal lanceerde Jordi meer dan twintig steden. En hij had een techniek om overzicht te houden in de chaos. Zo simpel dat het bijna belachelijk klinkt. "Ik stopte met wat ik deed. Ik deed drie passen achteruit. Ik ging ademhalen en kijken. Na een minuut stapte ik er weer in."

Geen app. Geen methode. Gewoon: stop. Kijk. Wat is nu echt nodig?

De rouwperiode

Thuisbezorgd groeide. Fuseerde met Just Eat. Werd beursgenoteerd. En alles veranderde.

De lijnen werden langer. De vergaderingen vermenigvuldigden zich. Iedereen moest er iets van vinden. Van familie naar nummers. Van rammen naar goedkeuringsprocedures. Van alles-is-mogelijk naar zes decimalen achter de komma.

Jordi beschrijft wat volgde als een rouwperiode. Niet frustratie. Rouw. "Het is toch een soort kindje wat je hebt gebouwd," zegt hij. Hij stuurde een mail naar Jitse Groen, de founder. Ik kijk met weemoed terug.

Hij stapte te snel in een volgende startup. Op zoek naar datzelfde gevoel. Achteraf: een fout. De rouwperiode had meer tijd nodig.

En toen hij weer naar buiten keek, liep hij opnieuw tegen die muur aan. Solliciteren. Afwijzingen. Niet het juiste papiertje. Tot hij stopte met zoeken naar een plek die bij hem paste. En begon met die plek zelf te bouwen.

"Als ik het niet kan vinden of een weg ernaartoe, misschien kan ik het zelf gaan doen dan."

Van min 1 naar een 9

Jordi weet wat hij niet kan. Code? Nee. Hij heeft het geprobeerd. Het is niks. Maar operaties draaien, teams bouwen, de kern van een probleem vinden en daar actie op ondernemen? Dat wel. Dus zocht hij een technische co-founder. Die was fractional CTO, begeleidde andere starters. Hij zag de potentie van de pitch, ook al was die, in Jordi's eigen woorden, "echt verschrikkelijk. Van min 1 naar een 9."

De combinatie bleek goud. En toen opende een oud-commando vriend, die nog steeds bij Defensie werkte, een deur naar een wereld die Jordi niet had zien aankomen.

"Begin april zijn wij gesprekken begonnen en na een maand hadden we al een letter of intent."

Defense tech. Agentic AI in de operationele keten. Missies sneller en succesvoller laten verlopen. Het klinkt als een wereld verwijderd van bezorgrugzakken en fietsen aan de grens. Maar als je goed kijkt, is het precies hetzelfde. Operaties, logistiek, chaos omzetten in structuur. De juiste mensen op de juiste plek. Snel schakelen onder druk.

Drie co-founders heeft Jordi nu. De technische bouwer. De defensie-expert met het netwerk en de credibility. En hijzelf. De operator.

Het schild

Er is iets dat Jordi zegt over stealth mode dat blijft hangen. De officiële reden is slim: sell first, build later. Valideer voordat je bouwt. Maar er is ook een andere reden. "Ik wilde eigenlijk niet naar de buitenwereld toe brengen wat ik aan het bouwen was en dat dat eventueel kon falen."

Kwetsbaarheid en strategie. In dezelfde zin. In hetzelfde besluit.

Jordi's verhaal is niet af. De startup is in stealth mode. De funding is niet rond. De uitkomst is onzeker. En misschien is dat precies waarom het vertellen waard is. De meeste ondernemersverhalen worden verteld als het happy end al vaststaat. Dit verhaal niet.

De vraag is niet of het lukt. De vraag is wat er gebeurt als het tegenzit. Als de deur weer dichtvalt. Als iemand weer zegt: dat gaat je niet lukken.

En als je Jordi's verhaal kent, weet je het antwoord al.

Challenge accepted.

Praat met ons mee!

Avatar

or to participate

Keep Reading