Luister deze aflevering: Spotify | Apple Podcasts | Springcast (privacy focused)

Jasper Roelofsen kan precies vertellen hoe het voelt als een docent je aankijkt en denkt: niet weer. Die blik kent hij. Hij was veertien, zat altijd met dezelfde vriend, en zodra de docent hen uit elkaar haalde schreeuwden ze gewoon dwars door het lokaal. De docent hoefde niet eens na te denken. "Ga jij er maar uit." In zijn eerste jaar op de middelbare school brak hij een record dat de school liever was vergeten: de meeste groene kaarten ooit uitgedeeld. Groene kaarten, voor als je vervelend was.

Vandaag, zestien jaar later, bouwt diezelfde Jasper een AI-systeem dat kinderen persoonlijk wiskunde bijles geeft. Eentje dat niet ongeduldig wordt. Dat niet zucht. Dat niet na drie kwartier zegt: we gaan verder volgende week. De eerste onderzoeksresultaten zijn er, en ze zijn opmerkelijk: leerlingen halen in twee uur wat ze anders een volledige schooldag kost.

De ironie ontgaat hem niet. "Ik had mezelf niet graag in de klas gehad."

Maar misschien is dat precies het punt.

Luister de aflevering of lees hieronder verder:

Tussen moeten en willen

Het gesprek met Roelofsen heeft iets ontwapenends. Hij praat snel, maakt geen grote gebaren, en heeft de gewoonte om halverwege een anekdote te zeggen "maar goed" en dan door te gaan naar het volgende. Alsof de details er niet toe doen. Ze doen er wel toe.

Neem zijn ouders. Beiden klassiek muzikant. Piano was verplicht tot zijn achttiende. Hij moest. Maar gitaar, dat wilde hij zelf. En dan niet zomaar gitaar. Metal. Het hardste dat er was. Zijn ouders, opgeleid aan het conservatorium, vonden dat prima. Zolang hij ook piano bleef spelen.

Die spanning, tussen wat moet en wat trekt, loopt als een rode draad door alles wat Roelofsen sindsdien heeft gedaan. De pilotentest die hij deed omdat je er veel mee kon verdienen, tot bij de motivatievraag bleek dat hij precies twee vliegtuigtypes kon noemen. De studie economie die voelde als "bijna geloof." De doos met stenen bij aardwetenschappen waar hij niks mee kon. De biologie die hij afmaakte, niet uit liefde, maar omdat het kon.

"Het was niet per se een perfect pad waarbij je zegt: oh kijk, hij wist het gelijk al."

Dat is zacht uitgedrukt. Roelofsen studeerde zes jaar lang zonder te weten wat hij wilde. Wat hij wel deed, en wat achteraf de sleutel bleek, was bijles geven. Studenten kwamen via Marktplaats. Een vriendin van een vriendin had gehoord dat hij kon helpen met natuurkunde. Het was informeel, het stelde niet veel voor, en hij vond het verrassend leuk.

Dertig pubers

Het kwartje viel op de docentenopleiding. Niet met een knal, maar stukje bij beetje. Hij stond voor de klas, dertig pubers, en merkte twee dingen. Het eerste: als een kind het snapte, als je dat moment zag dat het kwartje viel, dan was dat onverwacht bevredigend. "Dat stukje, dat ik niet per se in mezelf had verwacht."

Het tweede: met dertig kinderen in een lokaal kon hij dat moment bijna nooit creëren. Een-op-een lukte het. In kleine groepjes lukte het. Maar in een volle klas was hij meer bezig met orde houden dan met lesgeven. En dan was er het salaris. Dertien euro per uur, omgerekend. Twee masters achter zijn naam.

"Ik ging best vaak gefrustreerd naar huis. Niet omdat de kids niet lief waren. Maar gewoon dat ik dacht: ik heb niet genoeg kunnen doen."

Dat zinnetje, "niet genoeg kunnen doen," verklaart waarschijnlijk meer over wat er daarna gebeurde dan welk businessplan ook.

Vijftigduizend bezoekers, nul leerlingen

Brain Boost begon als een naam op een whiteboard en een handvol bijlesleerlingen. Het groeide uit tot iets groters toen Roelofsen op een verjaardagsfeest Michael ontmoette, een ondernemer die wilde investeren. Via Michael kwam hij bij Lenneke, die nog steeds zijn zakenpartner is. En via Lenneke bij Tim Hofman.

Met Hofman aan boord dacht het team van zes dat ze een winnende formule hadden. Een bekend gezicht, een hip merk, een omgebouwde dansschool in Oud-West. De lancering werd een campagne. Shownieuws deed een item. De website trok in de eerste week veertig- tot vijftigduizend bezoekers.

Bijna niemand schreef zich in voor bijles.

"We stonden echt met z'n zessen elkaar aan te kijken van: ja, oké... en wat nu?"

Wat volgde was een les die Roelofsen nog steeds vertelt met een mengeling van gêne en opluchting. Ze trokken langs scholen. Deelden flyers uit. Gaven gratis trainingen. Niks werkte. Het probleem was niet de marketing. Het probleem was de aanname erachter.

"Uiteindelijk, ouders die willen gewoon ergens in vertrouwen. Die willen gewoon dat hun kind ergens zit waar het goed wordt geholpen. Leuk dat je een themaatje hebt. Maar uiteindelijk wil ik gewoon weten dat mijn kind goed wiskunde bijles krijgt."

Het echte keerpunt was geen campagne maar een verhuizing. Ze moesten hun anti-kraakpand uit, vijftigduizend euro aan verbouwing weg, en vonden een locatie in Amsterdam-Zuid. Dicht bij scholen. Opeens kwamen de aanmeldingen. Niet door Tim Hofman. Niet door de branding. Maar door de postcode.

Er altijd zijn

Er is een patroon in het verhaal van Roelofsen dat je pas ziet als je een stap terug doet. Elke keer dat hij iets slims probeerde, iets met strategie en schaal, faalde het. En elke keer dat hij iets simpels deed, dicht bij de kern, werkte het. De bijlessen via Marktplaats werkten. De persoonlijke band met leerlingen werkte. De locatie bij de school werkte. De grote lancering niet. De influencer niet. De guerrillatactieken niet.

Het verklaart misschien ook waarom hij zo stellig is over wat Brain Boost AI wel en niet is. Hij bouwt geen vervanging voor leraren. Hij bouwt het stuk dat leraren niet kunnen doen: er altijd zijn. Om half elf 's avonds als een kind voor een toets leert. Op zondag als de stof nog niet zit. Op het moment dat een leerling vastloopt en er niemand beschikbaar is.

"Als docent, ik wil dat je herhaalt. Spaced repetition, de vergeetcurve. Maar ik zie jou één keer in de week. Ik heb er geen controle op."

Dat hij het aanvankelijk niet zelf wilde bouwen, past in het plaatje. Roelofsen dacht jaren dat de overheid dit moest doen. Gelijke kansen, een gemeenschappelijk goed. Hij wachtte. Niemand deed het. Toen ging hij het zelf doen. Niet omdat hij er klaar voor was, maar omdat niemand anders kwam.

De grens

Het is verleidelijk om hier een nette boog van te maken. Het probleemkind dat leraar werd en nu de toekomst van onderwijs vormgeeft. Maar Roelofsen zelf heeft weinig op met die versie. Als je hem vraagt of hij het kind dat hij was nu beter had kunnen helpen, aarzelt hij.

"Heel veel kinderen hebben helemaal niet de motivatie om achter een AI-systeem te gaan zitten. Die denken net als dat ik dacht: ik ga lekker buiten lopen klooien."

Dat is geen valse bescheidenheid. Het is de observatie van iemand die precies weet waar de grens van technologie ligt, omdat hij zelf aan de andere kant van die grens heeft gestaan. Het kind dat hij was had geen beter leermiddel nodig. Het had een boete nodig, een taakstraf, en ouders die zeiden: betaal het zelf maar.

Roelofsen zit nog steeds in drie bands. Metal, zang, gitaar. Als je hem ernaar vraagt, zie je even een andere energie. De droom van het conservatorium is nooit helemaal verdwenen. Hij heeft hem geparkeerd, niet begraven. "Als ik mijn bedrijf ooit met succes heb verkocht, pak ik mijn instrumenten en kijk ik wel waar het schip strandt."

Maar voor nu bouwt hij. Aan een systeem dat het geduld heeft dat hij zelf nooit had. Voor kinderen die misschien wel willen leren, maar dan op hun eigen tempo, op hun eigen moment, zonder een docent die denkt: niet weer.

De groene kaart koning. Die nu iets bouwt waardoor een kind die kaart misschien nooit nodig heeft.

Praat met ons mee!

Avatar

or to participate

Keep Reading